OETSTUKKEN door HILBRAND POLMAN

Nul verkeersdoden, willen we dat echt?

Kijk eens hoe die jongeren fietsen, met zijn drieën naast mekaar en allemaal oordopjes in of een koptelefoon op’. ‘Nee, dan die ouderen met hun elektrische fietsen waar ze veel te hard en zonder helm op rijden.’

Kijk eens hoe die jongeren fietsen, met zijn drieën naast mekaar en allemaal oordopjes in of een koptelefoon op’. ‘Nee, dan die ouderen met hun elektrische fietsen waar ze veel te hard en zonder helm op rijden.’ De jij-bakken waren woensdag niet de lucht toen Gert Oostgetel van de Fietsersbond de leden van het Drents Parlement ervan probeerde te overtuigen dat meer aandacht voor verkeersveiligheid belangrijk is om het fietsen in de provincie te bevorderen.

Maar niet alleen de Fietsersbond, ook provinciebestuurder Nelleke Vedelaar (PvdA) wil het aantal jaarlijkse verkeersdoden drastisch terugdringen. Van twintig naar nul wel te verstaan. Ook het aantal gewonden moet flink vermin­deren. Over hen gaat het veel minder vaak in de media, maar je zult na een verkeersongeluk met flinke beperkingen verder moeten leven.
Is het haalbaar, nul verkeersslachtoffers en zo ja, willen we dat echt? Op die vraag kwam woensdag nog geen antwoord. Mensen zitten raar in elkaar.

Een dodelijk ongeluk leidt alom tot veel schrik en verbijstering. Tegelijkertijd reageren mensen korzelig en afwijzend op maatre­gelen die dit moeten voorkomen. Vraag bij de verkeerspolitie maar eens hoe vaak ze daar ‘ga toch boeven vangen’ te horen krijgen. Het is Vedelaar menens. Ze heeft 37 miljoen euro op zak voor haar maatregelen. Daarnaast moet ze niet alleen bij het publiek, maar ook bij gemeentebestuurders nog heel wat weerstand overwinnen. Zij vinden die verkeersveiligheid niet allemaal even belangrijk, terwijl er op hun wegen wel veel ongelukken gebeuren.
Het is te zien op de Middenraai waar Hoogeveen overgaat in Midden-Drenthe. De eerste ge­meente hanteert daar een maxi­mumsnelheid van 60, precies op de gemeentegrens staat een bordje: einde maximumsnelheid. Terwijl de weg echt niet anders wordt.

Aan mogelijkheden ontbreekt het niet: wegen en fietspaden anders inrichten, meer verkeerslessen geven op scholen. Veel auto’s hebben tegenwoordig camera’s, verkeersbordherkenning en snelheidsbegrenzers. Vedelaar kan er bij de regering op aandringen dat die snufjes verplicht in elke nieu­we auto moeten zitten, zodat te hard rijden bijna onmogelijk wordt. Tenslotte heeft de over­heid ook ooit de richtingaanwijzers in auto’s verplicht gesteld. Waar een wil is, is een weg. Maar willen we echt dat de overheid ons allemaal in een keurslijf perst waarin we bijna geen verkeersfouten en -overtredingen meer kunnen maken? Alle veranderingen roepen weerstand op. Zo was het ook in de jaren zeventig, toen de veiligheidsgordels verplicht wer­den en de overheid het rijden onder invloed aanpakte. Maar nu is iedereen daar al lang aan ge­wend. Dus ja: met moed, beleid en trouw kan het Vedelaar lukken om het aantal verkeersslachtof­fers een heel eind richting het nulpunt te krijgen.

Bron: DvhN

Categorieën