‘Drenthe is niet míjn fietsvoorbeeld’

bernhard-ensink

Nederland als gidsland voor de fiets? Absoluut, zegt Bernhard Ensink. De Coevordenaar is hoofd van de Europese Fietsersbond. Maar gidsland Drenthe? ,,Ik zal nooit bezoek meenemen om Drenthe te tonen als het goede voorbeeld voor dagelijks fietsverkeer.’’

Bernhard Ensink (60) uit Coevorden heeft het tij mee. Speelde de fiets tot voor kort nauwelijks een rol op Europese schaal qua vervoer, tegenwoordig is dat anders. Wat nog niet zo lang geleden ondenkbaar was – zeg fietsen in Madrid – is nu realiteit aan het worden. Overal in Europa worden fietspaden en -stroken aangelegd, juist ook in grote drukke steden. Voor woon-werkverkeer, maar ook voor recreatief gebruik. ,,De fiets wordt belangrijker voor politici en bestuurders.’’

Compleet veranderde situatie
Daar is hij zelf ook verantwoordelijk voor. Sinds 2006 geeft hij leiding aan de Europese Fietsersbond, waarbij tachtig organisaties uit zowat elk Europees land zijn aangesloten. Sinds drie jaar is hij ook secretaris-generaal van de World Cycling Alliance, de mondiale bond.

Ensink begon in 2006 met helemaal niets als secretaris-generaal van de European Cyclists’ Federation. ,,Geen kantoor in Brussel, geen personeel. Geen wonder dat je als Europese Fietsersbond niet serieus werd genomen door de Europese bestuurders en politici. Die situatie is compleet veranderd. Met nu twintig werknemers zijn we op alle vlakken actief om de fiets onder de aandacht te brengen. Overleg met de eurocommissaris van Verkeer en Vervoer, het opzetten van conferenties, toespraken houden; dat zijn de werkzaamheden die ik zoal verricht.’’ De helft van de tijd in Brussel, soms thuis in Coevorden en de rest overal ter wereld. Van Taiwan tot Rio de Janeiro, van Vancouver tot Peru.

‘Auto kost de maatschappij geld, de fiets levert geld ons geld op’
Ensink ziet de Europese en mondiale bonden als marktplaatsen waar kennis en ideeën worden uitgewisseld. Daarnaast zijn het vooral lobby-organisaties, om de fiets te promoten. ,,In Europa is jaarlijks 500 miljard euro gemoeid met fietsen, hebben we berekend. Niet alleen qua fietsindustrie en infrastructuur, maar juist ook allerlei voordelen die er te behalen zijn voor het milieu, brandstofbesparing en gezondheidseffecten. Elke dag een half uur matig intensief bewegen, bevordert de gezondheid. Dat halve uurtje kunnen veel Nederlanders al pakken als ze met de fiets naar het werk gaan. Er is geen mens die daar ooit spijt van krijgt. Let maar eens op: mensen die op een dag de auto laten staan om de fiets te pakken naar het werk komen daar nooit op terug. Dat bewegen is zo belangrijk. Kijk naar de obesitas-epidemie in de Verenigde Staten en Mexico, waar vrijwel al het vervoer met de auto plaatsvindt. Die crisis is er niet alleen vanwege te veel eten, maar ook omdat er niet of nauwelijks wordt bewogen. Ik ben ervan overtuigd: de auto kost de maatschappij geld, de fiets levert ons geld op.’’

Aan het voorrang geven aan de fiets (en voetgangers) ten opzichte van auto’s krijgen ook beleidsmakers nooit spijt, signaleert Ensink. ,,Neem Times Square in New York, waar auto’s, bussen en taxi’s alles bepaalden. Maar op de eerste dag dat het gebied autovrij werd gemaakt, namen voetgangers en fietsers de vrijgekomen ruimte in. Om elkaar te ontmoeten, te flaneren, te winkelen en om een terrasje te pakken. Dat zie je overal. Kijk naar voetgangersgebieden in Drentse plaatsen. Niemand wil ooit meer terug naar de situatie dat door die straten ook auto’s reden. Ja, misschien die ene middenstander. Maar zeg nou zelf: een koelkast haal je toch ook niet meer op bij de winkel zelf? Die laat je toch gewoon thuisbezorgen?’’

Voortrekkersrol
Nederland vervult als fietsland van oudsher een voortrekkersrol. Toch is er ook hier volop werk aan de winkel. ,,Neem mijn eigen woonplaats Coevorden, waar ooit is bedacht dat drie supermarkten buiten het stadscentrum een plek zouden moeten krijgen. Er is bij de ontwikkeling van het plan niet goed nagedacht over hoe voetgangers en fietsers vanaf deze locatie naar het centrum zouden moeten komen, en omgekeerd. Pas toen bleek dat het nieuwe winkelgebied een behoorlijke zuigkracht op de winkels in het stadshart zou hebben, werd ineens over loop- en fietsroutes gesproken. Achteraf, in plaats van vooraf zoals het zou moeten.’’

Fietsroutes die ineens worden onderbroken door parkeerplaatsen voor auto’s, fietssnelwegen die nog niet van de grond komen; er blijft in Drenthe nog heel wat te wensen over. ,,Gedeputeerde Henk Brink doet het goed hoor, maar ik zou het hem zo gunnen dat hij echt een voortrekkersrol zou kunnen vervullen door de fiets echt prioriteit te geven. Want als hij als gedeputeerde iets zegt, dan luisteren mijn en andere gemeenten.’’

Missers in Drenthe
Ensink is dan ook zwaar teleurgesteld dat Drenthe nog steeds een uitzonderingspositie inneemt wat betreft voorrangregels. ,,In 1998 is er een richtlijn afgesproken dat binnen de bebouwde kom fietsers voorrang hebben op rotondes. Zodat fietsers die de rotonde driekwart nemen niet twee keer hoeven te wachten op afslaand verkeer. Zowat overal is die regel ingevoerd, behalve in Drenthe. Daar heeft autoverkeer kennelijk nog steeds de prioriteit. Helaas heeft overleg hierover niet tot andere inzichten geleid.’’

Brink zegt in het blad van de Fietsersbond dat Drenthe zich weliswaar als fietsprovincie profileert, maar dat dit niet betekent dat fietsers overal voorrang krijgen. ,,Ik bestrijd het beeld dat alles beter wordt als dit gebeurt. Er is één ding dat voor ons bovenaan staat: veiligheid.’’ De gedeputeerde noemt als voorbeeld een automobilist die met regendruppels op het raam in het donker afslaat. ,,Ik heb liever dat de fietser goed oplet, dan dat hij denkt: ik heb voorrang’’, aldus Brink in de Vogelvrije Fietser.

De missers in Ensinks ogen op Drents gebied zijn voor hem reden om de situatie hier nooit als voorbeeld te zullen stellen bij buitenlands bezoek. ,,Op recreatief niveau doen we het heel goed, maar qua woon-werkverkeer valt er in de infrastructuur voor fietsers nog heel wat te verbeteren.’’ Ensink kijkt liever naar Arnhem en Nijmegen, waar in juni de jaarlijkse internationale conferentie Velo-City wordt gehouden. Met als pronkstuk de fietssnelweg tussen beide steden, waar de fiets pas echt voorrang krijgt. De toekomst, weet Ensink.

Bron: DvhN / Foto: Gerrit Boer